Vijver
Water is prachtig in de tuin. Het
spiegelende
wateroppervlak vormt een extra dimensie. Daarnaast is het
water een
bron van leven: het trekt vogels aan en is de woonplaats van insecten,
vissen en kikkers. Met geluk kunnen er inheemse salamanders of zelfs
een ringslang wonen. De libellen, het nachtelijk gekwaak van de kikkers
en de reiger op het schuurdak dragen bij aan de tropische sfeer.
Een enkeling zal gezegend zijn met
natuurlijk water in de tuin, in de vorm van een sloot of beekloop. De
meeste tropotuiniers zullen aangewezen zijn op de aanleg van een
vijver. Je kunt een natuurlijke vijver aanleggen op een plek
die laag en nat is. Een grote tuin geheel nieuw aanleggen? Huur een
bulldozer en breng reliëf, heuvels en natte valleien aan! Een
droom.
In een bestaande tuin kan een gat worden gegraven dat met folie of met
beton waterdicht gemaakt wordt. Er zijn vele boeken en websites die
beschrijven hoe een goede vijver kan worden gemaakt. Voor wat betreft
de aanleg volsta ik er hier mee om daarnaar te
verwijzen. Zelf heb ik met behulp van rubberfolie een vijver
van 450 bij 350 cm aangelegd die mij heel goed voldoet.
Opletten voor de tropotuinier: de rhizomen van
bamboe
kunnen volgens mij met gemak door iedere soort folie heen groeien. Uit
de buurt houden of
goed
afschermen dus.
Inheemse
soorten met een tropische look
Water is de habitat van enkele inheemse planten met een in
mijn ogen uitgesproken tropische look.
Dat geldt voor bijvoorbeeld waterlelie, gele plomp, en
lisdodde. Maar ook gewoon riet, snoekkruid, gele lis,
dotterbloem, en zwanebloem zijn prachtig.
De tropotuinier wil uiteraard
experimenteren met exoten. In tuincentra zijn hier en daar al tropische
waterlelies verkrijgbaar. Deze moeten vorstvrij overwinteren. Dat is de
reden dat ze in een mandje in de vijver worden geplaatst: ze kunnen dan
's winters uit het water worden gehaald en in een teil in de schuur
overwinteren.
Lotus
Dé uitdaging voor de vijver in tropische sfeer: de schitterende, lastige, heilige Lotus.
Een lotus (Nelumbo) geeft evenals een
waterlelie ronde bladeren. Deze komen echter als een paraplu tot
maximaal 40 cm boven water te staan. Ook de bloemen doen aan een
waterlelie denken. De plant is in Aziatische spiritualiteit het symbool
van zuiverheid vanwege de pure schoonheid van blad en bloemen die
ontspruiten aan de vieze modder waar ze in staan.
Het geslacht Nelumbo kent twee soorten. Nelumbo lutea komt uit Amerika
en bloeit geel, Nelumbo nucifera komt uit Azië en bloeit met roze
bloemen. Er zijn ondertussen vele kruisingen en cultivars.
De planten zijn in ons klimaat niet gemakkelijk te telen. De rhizomen
mogen niet bevriezen en om te bloeien is voldoende zonnewarmte nodig.
De planten gedijen het best in kleigrond en houden van veel voeding.
- N. 'Xiangshan lian' (2007) overleefde de winter in een teil in de
schuur niet.
- N. 'Heilongjang Lian' (2010) heeft rode bloemen.
- N. 'Rosea' (2010) heeft roze bloemen.
- Het meest veelbelovend voor ons klimaat lijkt Nelumbo
komarovii, een ondersoort van N. nucifera.
Chiltern Seeds biedt zaden van N. nucifera 'Ohga Hasu' (2009) met een sterk verhaal hoe snel ze wel niet kiemen. We zullen zien.
Meer info over de lotus is o.a. te vinden op de site van de
Seerosenfarm.
Andere exoten voor de vijver
- Canna.
Sommige canna's zijn geschikt voor de vijver (zone A-B), bijvoorbeeld C.
glauca (2009) en de cultivar C. 'Ra' (2008). Ze moeten binnen overwinteren, in
een bak water of de knollen in de kelder als andere canna soorten.
- Cyperus papyrus (2009).
De papyrus is een grassoort die bekend is als het 'papier' van de oude
Egyptenaren. De plant is geschikt voor ondiep water en niet winterhard.
De stengels worden tot 250 cm hoog met aan het uiteinde een decoratieve
pluizige bol.
- Eichhornia crassipes
(2009). De waterhyacinth is een tropische drijfplant. Bloeit in
juni / juli met lilablauwen bloemen. Gemakkelijk verkrijgbaar.
- Equisetum
hyemale robustum. De Japanse reuzenholpijp maakt
merkwaardige, gelede stengels die tot 2 meter hoog worden. Mooi
bamboe-achtig contrast met bladplanten. Woekeraar.
- Taro.
Deze plant, colocasia
esculenta, heeft grote, hartvormige bladeren op
rechtopstaande stelen (2008). De knollen zijn eetbaar mits gekookt. Er
zijn vele cultivars, met bijvoorbeeld groen of chocoladebruin blad.
- Thalia dealbata. Deze
waterplant komt uit Amerika. Hij is niet echt winterhard in ons klimaat
maar is de zachte winter van 2007/8 goed doorgekomen. Thalia heeft
brede lancetvormige bladeren die wit bepoederd zijn. De bladeren staan
aan rechte, onvertakte stengels. De paarse bloemen die in de zomer
verschijnen, staan in lange aren. Plantdiepte is ongeveer 40
centimeter. Zekerder is binnen brengen in een kuip.
- Waterlelie (Nymphaea)
is de koningin van de vijver. Er zijn vele winterharde cultivars, in
wit, roze, rood en geel. Ik heb N. 'Pink sunrise', een fraaie
zachtroze, en de rode N. Hollandia. N. 'King of the blues' is
een tropische waterlelie met stervormige blauwe bloemen
die vorstvrij moet overwinteren. Dat heeft hij
bij mij, in een teil in de schuur, niet overleefd. Let bij
aanschaf ook op de uiteindelijke maat en de diepte waarop de
uitgezochte cultivar moet staan.
- Zantedeschia
aethiopica. De moerasaronskelk heeft dikke, grote,
donkergroene bladeren, bloeit wit en wordt tot 80 cm hoog. Zone B (10
cm diep water).
Leven
in
de vijver
In mijn vijver zijn groene en bruine
kikkers. Daarnaast waren er goudvissen, sarasa's, shubunkin's en
diverse soorten windes. Alleen windes zijn snel en slim genoeg om op
eigen houtje de reigers te overleven.
Plantenlijst
Onderstaand een tabel van planten die ik (naast de
bovengenoemde) in de vijver heb.
Naast de in de tabel genoemde sierplanten zijn
onderwaterplanten en drijfplanten essentieel voor het natuurlijk
evenwicht in de vijver.
Inheemse drijfplanten zijn onder andere kikkerbeet en kroos.
Daar kunnen de niet winterharde exoten waterhyacinth en mosselplant aan
toegevoegd worden.
Onderwaterplanten zorgen voor zuurstof. Geschikt zijn
waterpest, hoornblad, fonteinkruid, vederkruid en waterranonkel.
| Naam |
Naam NL |
Zone |
Hoogte (cm) |
| Butomus
umbellatus |
Zwanebloem |
B-C |
80 |
| Carex
pendula |
Hangende
zegge |
A-B |
50 |
| Glyceria
maxima |
Liesgras |
A-B |
60-100 |
| Hippuris
vulgaris |
Lidsteng |
C-D |
30-50 |
| Hydrocotyle
vulgaris |
Waternavel |
B-D |
20 |
| Iris
louisiana |
'Black
gamelock' |
B |
60-80 |
| Lysimachia nummularia |
Penningkruid |
A-B |
10 |
| Mentha
pelugium |
Polei |
B |
10-30 |
| Menyanthes
trifoliata |
Waterdrieblad |
B |
20-30 |
| Nasturtium
officinale |
Witte
waterkers |
B |
10-30 |
| Pontederia
cordata |
Snoekkruid |
B-C |
60-80 |
| Pontederia lanceolata |
Groot / smalbladig snoekkruid |
B-C |
50-120 |
| Rumex
sanguineus |
Bloedzuring |
A-B |
50-100 |
| Sagittaria
sagittifolia |
Pijlkruid |
C |
50-70 |
| Schizostylis
coccinea |
Moerasgladiool |
B |
40-60 |
| Thelypteris
palustris |
Moerasvaren |
B |
50-70 |
| Typha
angustifolia |
Kleine
lisdodde |
C-D |
100-200 |
| Typha
minima |
Dwerglisdodde |
B-C |
50-80 |

Omhoog